Recensie ‘Kanonnenvlees’ van Opium voor het Volk

Simon van den Berg

De Creatieve Industrie, die zal Amsterdam redden. Sinds de Amerikaanse econoom en socioloog Richard Florida zijn boek De opkomst van de creatieve klasse schreef, doen beleidsmakers en planners ineens hun best om het de culturele sector naar hun zin te maken; dat zou zorgen voor meer hoogwaardige industrie en economische bedrijvigheid. Kunstenaars hebben zich deze hernieuwde aandacht tot nu toe stilletjes laten welgevallen, maar in de culturele broedplaats op het NDSM-terrein in Noord wordt nu een artistiek antwoord geformuleerd.

Kanonnenvlees heet de voorstelling en hoewel de twee personages kunstenaars zijn, lijkt hun werk vooral te bestaan uit netwerken, borrelen en visitekaartjes verzamelen. John is wat ouder, maar nooit echt doorgebroken en kent het klappen van de zweep, Wieke is jong en best getalenteerd en zoekt een mentor. Natuurlijk krijgen ze een relatie, natuurlijk overvleugelt de leerling al snel de meester.

De voorstelling valt vooral op door de consequent volgehouden groteske speelstijl. Alsof de twee hun kunstenaarschap constant moeten bewijzen door overdreven verheven en dramatisch te doen over hun leven en werk. Om het nog erger te maken hebben de twee acteurs, Vincent Rietveld en Annelien van Binsbergen, ook nog fantastisch belachelijke kleren aan: strakke roze leggings en snowboots. Dat soort trucs kan snel irritant worden, maar de twee spelers weten de juiste mix van ernst en ironie te maken en trekken het publiek moeiteloos de voorstelling in. Maar ook het geweldige, inventieve decor van Esther Kempf en de electronische kunst van Wieke van Keez Duyves (van Pips:Lab) vallen op.

Smakelijk en soms pijnlijk accuraat weet de voorstelling het levensgevoel van de creatieve stedeling neer te zetten. Het cynisme tegenover de subsidiegevers -“Ze hebben het weer eens niet begrepen”, roept John uit na een telefonsiche afwijzing- staat tegenover de grenzeloze verering van galeriehouder en kunstpaus “Paul”; iedere keer als zijn naam valt schieten de acteurs in slowmotion van begeerte en ontzag. Het is alleen jammer dat de voorstelling niet scherper durft te zijn. Moeten deze stumperds nou ons medelijden of onze afkeuring wekken? Misschien putten de makers ook wel veel uit eigen ervaring. Nederland leidt erg veel kunstenaars op en middelmatige kunst is daar een ergerlijk maar onvermijdelijk gevolg van.

Maar Opium voor het Volk zou zelfverzekerder mogen zijn. De jonge theatergroep rond twee schrijvers, Willem de Vlam en Tom Helmer, laat nu al drie of vier voorstellingen achter elkaar zien dat ze intelligent theater weet te maken, dat herkenbaar en volstrekt toegankelijk is. Ze stellen per voorstelling een artistiek team samen en weten daarin steeds een interessante mix te maken van getalenteerde acteurs, regisseurs en vormgevers.

www.simber.nl, 17 februari 2008

het Parool, 18 februari

terug naar boven